Interview met Menno Cock
Deze maand zetten we onze vrijwilliger Menno Cock in het zonnetje! Menno is al lange tijd als vrijwilliger bij ons betrokken en is een zeer gewaardeerde kracht bij het beschermen van de akker- en weidevogels in het werkgebied van BNMG.
‘Op laarzen door drassig land ontspant me’
Dronepiloot Menno beschermt door vogelnestjes te spotten
Door Ellis van Wees
Een drone zoemt laag over het plasdrasweidegebied bij Krewerd, op zoek naar weidevogelnesten. „Kijk, hij heeft iets gevonden. Een mooi nestje met eitjes”, zegt Menno Cock, dronepiloot en vrijwilliger bij Boerennatuur Midden-Groningen. De warmtecamera aan boord herkent zowel nesten als vogels: „Ze zijn warmer dan de omgeving”, legt hij uit. „Daarna schakel ik over naar de gewone camera, zoom ik in en maak ik een foto. Die stuur ik via mijn telefoon naar Telegram, inclusief de coördinaten. Zo komt de vondst direct bij de tellers terecht.”
Al vroeg was vrijwilliger Menno Cock uit de veren om met zijn drone het veld in te gaan. Het broedseizoen is in volle gang, en dat betekent werk aan de winkel: overal in het plasdrasgebied liggen nesten van veldleeuweriken, grutto’s, kieviten, tureluurs en kluten. „Het is mooi en zinvol werk”, zegt hij. „We proberen zoveel mogelijk vogels en nesten te beschermen. Boeren zijn in deze periode druk met maaien, zaaien en bemesten. Dankzij onze meldingen weten ze waar de nesten liggen en kunnen ze er rekening mee houden.”
Volgens Cock passen boeren hun werkzaamheden steeds vaker aan: ze maaien later, zetten delen van hun land onder water en behouden kruidenrijk grasland. „Daarnaast plaatsen we rasters met stroom om predatie door vossen, marters en katten te beperken. Het werkt, is onze ervaring. Zo helpen we weidevogels hun kuikens groot te brengen.”
Het vliegen met een drone heeft veel voordelen, vindt vrijwilliger Cock. „We kunnen meer dan vroeger, toen er nog geen drones waren. We verstoren de natuur minder.” Dat merkte hij deze ochtend opnieuw. „Met de camera zag ik een kievit die met wijd gespreide veren op het land zat, waarschijnlijk om zijn nest te beschermen. De drone vloog op zo’n acht meter hoogte over hem heen, maar hij bleef rustig zitten.”
OP JACHT
Al op jonge leeftijd wist Menno Cock (69) dat een leven achter een bureau niets voor hem was. Hij wilde buiten zijn, tussen reeën, hazen, vogels, planten en bomen — in het Groninger land waar hij opgroeide. „Als 10-jarige ging ik met mijn grootvader mee op jacht”, vertelt hij. „Op laarzen door het drassige land. Hij schoot eenden, hazen of patrijzen, en ik mocht helpen de dieren te dragen. Daar is mijn liefde voor de natuur begonnen.”
Op zijn zestiende ging Cock aan de slag als leerling bij een hovenier, waar hij hele dagen buiten werkte. Later stapte hij over naar de groenvoorziening van de gemeente Appingedam, waar hij struiken plantte, schoffelde, wiedde en snoeide. Maar hij wilde meer. Hij volgde een opleiding aan de middelbare tuinbouwschool in Frederiksoord en groeide door tot werkvoorbereider bij de gemeente Appingedam, later Eemsdelta. Daar stuurde hij een ploeg groenmedewerkers aan en bepaalde hij hoe plantsoenen, bomen en struiken werden aangelegd. „Ik zie nog steeds wel eens bomen staan die ik ooit heb geplant. Dat is toch prachtig.”
Later overwoog Cock nog een hbo‑opleiding te volgen, maar dat plan ging niet door. „Ik had de ambitie wel, maar thuis hadden we twee dochters op de middelbare school, en die gingen voor.” Voor hun schoolwerk schaften ze computers aan. „Daar ben ik toen ook mee gaan werken. Dat komt me nu goed van pas: daardoor kan ik na mijn pensionering met drones uit de voeten.”
VOETSPOREN
Op zijn 36ste besloot Cock in de voetsporen van zijn grootvader zijn jachtakte te halen. „Het was niet meer zoals vroeger, dat je naar het gemeentehuis ging en een vergunning kreeg. Ik moest een jaar lang oefenen met een hagelgeweer en een kogelgeweer. Niet eenvoudig — je moest echt bewijzen dat je vaardig genoeg was.” Hij slaagde, en inmiddels is hij al 35 jaar actief als jager in het gebied. „Ik vind het nog steeds mooi om te doen. Je zit in de natuur, omringd door roofvogels, kikkers en vlinders. Ik hoef niet per se te schieten. Buiten zijn, om me heen kijken — dat ontspant me. Dan laad ik mezelf weer op. Vroeger droeg ik nooit een horloge en kwam ik altijd te laat thuis voor het eten. Tijd bestond niet als ik buiten was.”
Via de jacht kwam Cock voor het eerst in contact met de boeren in het gebied, die zich later verenigden in agrarische natuurvereniging De Meervogel. „De boeren hadden jagers nodig vanwege de predatoren. Vogelmensen kunnen daar soms moeite mee hebben, jagers erbij betrekken. Maar ik ben ervan overtuigd dat jagers en vogelmensen elkaar nodig hebben voor de balans. Anders zouden te veel nesten van weidevogels worden leeggeroofd door vossen, steenmarters of kraaien.”
Ondertussen zijn de boeren die zich bezighouden met agrarisch natuurbeheer verdergegaan in een nieuwe organisatie: Boerennatuur Midden-Groningen. „We hebben de laatste jaren veel meer mogelijkheden om weidevogels en akkervogels te beschermen”, zegt Menno Cock. „De drones en de elektrische rasters bij Holwierde en Stedum zijn erbij gekomen. En afgelopen najaar heeft de provincie een lichtbakvergunning afgegeven. Met grote lampen schijnen we over het land om predatoren te spotten. Met veertig tot vijftig warmtebeeldcamera’s kunnen we foto’s maken. Het is duidelijk dat het aantal predatoren toeneemt: steenmarters, wasbeerhonden, katten en vossen.”
Voorlopig heeft Cock nog een paar drukke weken voor de boeg. In maart begon hij met zijn dronevluchten, en tot eind juni — wanneer de laatste jonge vogels zijn uitgevlogen — blijft hij in het gebied actief. Het is intensief, maar dankbaar werk. Twee jaar geleden maakte ik 33 vluchten, vorig jaar 45. Toen reed ik zo’n 1600 kilometer tussen Lauwersoog en Delfzijl.
Toch blijft het werk afwisselend. „Afgelopen week belde een boer die net had geploegd. Hij vermoedde dat er nesten zaten. Met de drone spotte ik twee kievitsnesten en een paar jonge hazen.
De boer was blij: nu weet hij precies waar de nesten liggen en kan hij ze ontzien tijdens het werk. Prachtig toch. Daar doe ik het voor.”